Gastblogger HoP

About the author :

Gastbloggers zijn studenten en afgestudeerden met een inspirerend verhaal. Zij vertellen over hun ervaringen, hun kansen, hun wensen, en hun doelen. Het schrijven van een gastblog is een leuke manier om jezelf online te profileren. Heb je interesse in het schrijven van een gastblog? Mail dan naar gastblog
@humansofpsychology.nl

Shanice van Dijk, Masterstudente Klinische Neuropsychologie VU & vrijwilliger: Met een verstand vol ezelsbruggetjes ging ik de wijde wereld in.

Gastblogger, Klinische psychologie, Neuropsychologie, Studeren, Werken, Werkveld No Comment

Met een verstand vol ezelsbruggetjes ging ik de wijde wereld in.

 

Foto Shanice

“Hee jij! Jij snotneus met je das om je nek, ga weg, ga naar je moeder!”. Ik kijk naar de oude dame die tegenover me zit te schreeuwen, ze kijkt naar mij en maakt wat wilde gebaren tijdens haar monoloog. Ik ga er niet op in en kijk even om me heen in de woonkamer van de psychogeriatrische afdeling van het verzorgingstehuis. In mijn ooghoek zie ik een mevrouw die net een vaasje met bloemen aan haar mond zet, ik ren er verschrikt naartoe “Dit kunt u niet drinken!”. Verbaasd zet ze de vaas weer terug in het midden van de tafel. Ik zie dat het nepbloemen zijn, ze staan statisch te bloeien in een potgrond van plastic.

 

Ik ben masterstudent klinische neuropsychologie aan de VU in Amsterdam. Gedrag van mensen heeft me altijd al geboeid, maar vooral de achterliggende cognitieve processen die dit gedrag kunnen verklaren. Lichaam en geest worden aangestuurd door – nog niet eens – anderhalve kilo grijze massa. In de hele ontwikkeling van de hersenen kan er zoveel mis gaan, het is opmerkelijk dat we zo ‘normaal’ zijn gebleven met z’n allen.

Toen ik begon met mijn master, kreeg ik het gevoel dat ik meer ervaring op moest doen in het contact met patiënten. Ik had immers drie jaar uit boeken geleerd, en wilde niet afstuderen als ‘klinisch’ neuropsycholoog zonder ooit een patiënt te hebben gezien. Ik schreef me daarom in bij buddyzorg en werd onderzoeksassistent bij verschillende wetenschappelijke onderzoeken naar kinderen en ouderen. Vol goede moed nam ik deze stap, met de geleerde rijtjes kenmerken van de stoornissen in mijn achterhoofd, hopend dat ik iets kon bijdragen, maar vooral veel kon leren om mezelf verder te ontwikkelen.

Het eerste waar ik tegenaan liep was dat elke patiënt uniek is binnen een diagnose. Een mevrouw met autisme, waarvan ik nog precies de bladzijde wist terug te vinden waarop stond dat ik fysiek contact moest vermijden, pakte vastberaden mijn arm vast als we samen over straat liepen. Toen ik een kind met ADHD moest onderzoeken, ging ik met mijn strengste schooljuf mimiek het onderzoek in, hopend dat ik het kind in toom kon houden en het werk af zou kunnen laten maken. Het kind bleek ontzettend rustig te zijn, eerder angstig en onzeker, waardoor ik het onderzoek tijdelijk moest onderbreken om het kind op zijn gemak te stellen. En van dementie, daar bestaan wel honderden uitingen van…

Voor dementie is mijn interesse gewekt. Het is eigenlijk een vergeten groep, mensen weten niet goed wat dementie inhoudt en hoe ze ermee om moeten gaan, net als ik vorig jaar. Toch is het raar dat er weinig aandacht aan besteed wordt, het getal dementerenden gaat namelijk door de vergrijzing alleen maar toenemen. Toen ik onderzoeksassistent werd, begon ik met observeren in het verzorgingstehuis op de gesloten PG-afdeling. Mijn eerste dag kan ik nog goed herinneren. Ik moest één persoon de hele dag in de gaten houden, maar omdat deze persoon in de gezamenlijke woonkamer zat, kreeg ik meteen verschillende ziektebeelden te zien. Ik zat op een stoel achter de eettafel, verscholen achter een metrokrantje de spion uit te hangen; zij mochten immers niet zien dat ik hen in de gaten hield. Tijdens de lunch kregen alle bewonende een klein puddinkje als toetje. Gré vroeg aan haar overbuurvrouw of ze haar puddinkje even mocht bekijken. De overbuurvrouw, Riet, had niet zo goed door wat Gré vroeg, maar schoof toch haar puddinkje naar de overkant van de tafel. Toen Gré uitgebreid zat te smikkelen van het inmiddels tweede puddinkje, vroeg Riet zich af of zij ook zo’n lekker puddinkje had gekregen. “Je moet niet zo teuten!” antwoordde Gré. Ik moest geregeld in mezelf lachen bij dit soort situaties, waarop een mevrouw reageerde “Dag kind, ben je nou seksboekjes aan het lezen? Je zit zo te grinniken!”. Ook was ik door de verzorging gewaarschuwd dat ik op moest passen dat ik geen patiënten meenam als ik de afdeling verliet (met een cijfercode), Ik heb het geweten, toen ik richting de deur liep kwam er een kolonie van vrolijke ouderen achter me aan gewandeld “Mevrouw heeft u de sleutel? Ik mag ook weg”. De weken erna lette ik hier alert op, ik heb zelfs een keer de deur snel achter mij dicht gegooid toen een bezoeker de afdeling wilde verlaten. “Niet iedereen met grijs haar is voortvluchtig Shanice”.

Het is niet altijd leuk in het verzorgingstehuis. Sommige ouderen zijn vaak verdrietig, bang, eenzaam of depressief. Toen ik langs de kamer van Wilma liep, vroeg ze haastig of ik even bij haar binnen kwam “Ga zitten meid”. Ze vertelde in tranen hoe moeilijk haar leven was geweest, liever niet meer wilde en dat ze regelmatig in de war was omdat ze beginnend dementerend was. Ik probeerde haar te kalmeren door haar te zeggen dat het oké was om het even te laten gaan, dat ze een sterke vrouw was en dat er nog vooruitzicht was. Na een halfuur ging ik haar kamer uit en ging ik weer op de gang zitten. Even later zag ik haar langslopen, ze begroette me vriendelijk maar ik had meteen door dat ze ons hele gesprek was vergeten.

Waar ik ten tweede tegenaan liep was dat ik soms niet wist hoe ik moest reageren op de fantasiewerelden van deze ouderen. Toen ik een NPO moest afnemen bij een mevrouw met Alzheimer, wees ze mij er continu op dat we snel de test af moesten maken, omdat ze zo voor haar man moest koken. Een andere mevrouw praatte met haar eigen spiegelbeeld, zette zelfs een kopje thee met een schaaltje met koekjes voor de spiegel neer, zodat ‘haar vriendin’ ook te eten kreeg. Hoe zeg je tegen iemand dat haar man al jaren niet meer in leven is? Hoe zeg je tegen iemand dat haar vriendin haar eigen spiegelbeeld is? Ik weet het nog steeds niet.

Een week later zit ik weer te observeren in de woonkamer van het verzorgingstehuis. Ik zie dat de mevrouw die vorige week zo boos op me was me weer indringend aankijkt. Ik maak oogcontact en ze lacht vriendelijk naar me “Lieverd, zullen we even gezellig koffie samen drinken?”. Wachtend op een nieuwe catastrofe maar met goede hoop schenk ik twee kopjes koffie in. “Heerlijk schat, ik zou willen dat je mijn dochter was”.

 

 

Zou jij net als Shanice ook een gastblog willen schrijven? Wij van Humans of Psychology zijn nog op zoek naar gastbloggers die iets willen vertellen over hun loopbaan, ervaringen en reis van psychologiestudent naar psycholoog. Stuur een mail naar gastblog@humansofpsychology waarin je kort vertelt wie je bent, wat je doet en wat jij met anderen zou willen delen. Mogelijk nodigen wij jou dan uit voor een gastblog. We kijken uit naar je reactie!

Hoe vond je deze blog?

Related Posts

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Like ons op facebook!

Zusterpagina van:

In het kort:

Humans of Psychology is in 2015 opgericht, voor en door psychologiestudenten, om ervaringen te delen en anderen te inspireren en te motiveren bij de reis naar het werkveld. Momenteel uit zowel studenten als afgestudeerden, binnen verschillende disciplines van psychologie. Door middel van (persoonlijke) blogs wordt een beeld geschetst over de mogelijkheden binnen het werkveld, en wordt toegewerkt naar een positief toekomstperspectief. Ook onderwerpen als profileren en netwerken komen aan bod.

Archief: