Lisette HoP

About the author :

Hi, ik ben Lisette en ik ben net afgestudeerd als psycholoog (specialisatie Child and Adolescent). In dit project neem ik jullie mee in mijn zoektocht naar mijn weg in het klinische werkveld! Bedankt voor
het lezen van mijn blog! Ik vind het fijn om te weten wat je van mijn blog vindt, laat dit dus vooral weten door een reactie achter te laten, of door op het duimpje te klikken!

Help/hoera* ik heb een werkervaringsplek (3) (* doorhalen wat niet van toepassing is)

Kind- en jeugd psychologie, Klinische psychologie, Lisette, Toekomstperspectief, WEP No Comment
Wie bepaalt wie/wat normaal is?
Wie bepaalt wie of wat normaal is?

Het is best leuk hoor, afgestudeerd zijn. Maar ook daarna zijn er nog genoeg vraagstukken waar je tegenaan loopt. In deze blog neem ik je een dagje mee in mijn werkzaamheden en hersenspinsels.

Wat ongemakkelijk schuif ik de doos tissues die voor mij staat naar de andere kant van de tafel. Tegenover mij zit een moeder hartstochtelijk te snikken. We zitten samen in een kamer en ik kan geen hulplijn inschakelen. Er is ook geen partner die haar gerust kan stellen. Ze maakt zich zorgen over het gedrag van haar dochter, iedere dag is ze bang dat ze niet meer thuis komt. ‘Wordt ze ooit weer normaal?’, kan ik nog net tussen het snikken door ontcijferen. Ik begrijp dat ze zich zorgen maakt op basis van de klachten die ze omschrijft. Ik heb echter ook het verslag van het gesprek met de dochter gelezen, die er een hele andere versie van het verhaal op nahoudt. Ik snap eigenlijk wel dat ze momenteel liever bij vrienden is dan bij haar moeder. Dat ze dat frequent doet zonder moeder daarvan op de hoogte te stellen is wellicht niet zo handig. Maar is dat pubergedrag of kinderpsychiatrie?

 

Een uur later heb ik een afspraak met één van de cliënten die bij mij in behandeling is. Hij houdt er, netjes gezegd, wat aparte overtuigingen op na over hoe de wereld in elkaar zit. Na deze afspraak loop ik langs bij een collega om over deze casus te overleggen. Ze geeft me wat tips in het houden van de balans tussen het ervoor zorgen dat hij zich gehoord voelt en het niet meegaan in zijn ideeën. Ik benoem dat ik soms bang ben dat het van mijn gezicht is af te lezen als ik vind dat hij gekke dingen zegt. Mijn collega grapt dat ik nu tenminste op mijn CV kan zetten dat ik ervaring heb in het behandelen van kinderen die echt niet goed wijs zijn. De dagen erna denk ik na over haar woorden. Wie bepaalt eigenlijk wanneer iemand niet goed wijs is?

 

Een kind komt bij ons binnen, we doen onderzoek, voeren gesprekken,  overleggen en uiteindelijk komt er een diagnose. Of niet. Tijdens je studie leer je over de verschillende stoornissen en welke symptomen erbij horen. Ik heb weleens een tentamen gemaakt waarin korte beschrijvingen werden gegeven van de klachten en je vervolgens moest beredeneren welke diagnose het meest waarschijnlijk was. Deze beschrijvingen waren vaak zo gemaakt dat je na de eerste regel al wist in welke richting je moest denken. ‘Pietje heeft wat moeite met sociaal contact. Hij kan slecht tegen veranderingen en ontwijkt vaak het oogcontact. Ouders noemen als sterk punt dat Pietje een grote fascinatie voor treinen en dinosaurussen heeft en je hier alles over kan vertellen’.

 

In de praktijk ligt dit vaak toch echt een stuk ingewikkelder. We zien soms kinderen die van verschillende stoornissen symptomen vertonen, maar niet genoeg symptomen om daadwerkelijk een diagnose te kunnen stellen. Om een kind te kunnen behandelen moet er echter wel een label op geplakt worden. Dus wie bepaalt nu eigenlijk wat normaal is en wat niet? De makers van de DSM? Degene die bepalen of iemand wel of niet voldoet aan de ‘vereisten’ voor een bepaalde stoornis? En waar baseren we dat dan op? Wanneer valt gedrag binnen het normale spectrum en wanneer niet meer? Kortgeleden ben ik verhuisd, naar een ander huis in een andere stad die ik nog niet zo goed ken. Ineens verdwaal je op de fiets, kan je in de supermarkt je favoriete producten niet meer vinden en trek je in de keuken standaard het verkeerde kastje open als je een glas wil pakken. En ik kan je vertellen, ik word er knap chagrijnig van. Niets gaat meer op de automatische piloot en het lijkt alsof alles een stuk trager gaat. Ik betrap mezelf er weleens op dat ik liever in bed blijf liggen dan naar buiten ga en veel dingen ook even niet zo leuk meer vindt. Zie je waar ik heenga in deze beschrijving?

 

De grens tussen wat normaal is en wat niet is vaag en flexibel. Mijn klachten als reactie op een life event als verhuizen zullen waarschijnlijk (hopelijk) nog wel even in het normale spectrum vallen. Als ik aan het eind van de dag mijn laatste cliënt voorafgaand aan de sessie in de gang tegenkom laat ik hem plaatsnemen in de wachtkamer en zeg ik dat hem zo kom halen. Na een paar minuten is de wachtkamer echter leeg. Dan zie ik hem breed lachend in de deuropening van de behandelkamer staan met twee plastic bekers thee in zijn handen. Want daar zitten we iedere week. En de thee zonder melk en suiker, zoals altijd. Zoals altijd. Ik ben niet de enige die baat heeft bij routine en bepaalde rituelen. Je moet er alleen voor zorgen dat je er niet te ver in doorslaat, want dan hebben we er een hele andere benaming voor: obsessief-compulsieve stoornis.

 

Wellicht interessant: vorige week werd er in een aflevering van de Hokjesman aandacht besteedt aan de leefomstandigheden van bewoners van een psychiatrische instelling. Hoe functioneer je in een instelling die door de buitenwereld als ‘gek’ wordt aangemerkt? Je kan de aflevering hier terugkijken.

Hoe vond je deze blog?

Related Posts

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Like ons op facebook!

Zusterpagina van:

In het kort:

Humans of Psychology is in 2015 opgericht, voor en door psychologiestudenten, om ervaringen te delen en anderen te inspireren en te motiveren bij de reis naar het werkveld. Momenteel uit zowel studenten als afgestudeerden, binnen verschillende disciplines van psychologie. Door middel van (persoonlijke) blogs wordt een beeld geschetst over de mogelijkheden binnen het werkveld, en wordt toegewerkt naar een positief toekomstperspectief. Ook onderwerpen als profileren en netwerken komen aan bod.

Archief: