Lisette HoP

About the author :

Hi, ik ben Lisette en ik ben net afgestudeerd als psycholoog (specialisatie Child and Adolescent). In dit project neem ik jullie mee in mijn zoektocht naar mijn weg in het klinische werkveld! Bedankt voor
het lezen van mijn blog! Ik vind het fijn om te weten wat je van mijn blog vindt, laat dit dus vooral weten door een reactie achter te laten, of door op het duimpje te klikken!

Help/hoera* ik heb een werkervaringsplek (2) (* doorhalen wat niet van toepassing is)

Kind- en jeugd psychologie, Klinische psychologie, Lisette, Toekomstperspectief, WEP, Werkveld No Comment

Waarom ik ja zei tegen een werkervaringsplek…

 

Waarom ik ja zei tegen een werkervaringsplek

 

Na het afronden van je studie hoop je terecht te komen in een leuke relevante baan. Maar wat als in jouw afstudeerrichting de banen niet voor het oprapen liggen? Hier lees je mijn overwegingen om voor een werkervaringsplek te kiezen.

‘Ik weet dat het een wat mager aanbod is en zou willen dat ik je meer kon bieden’. Met deze woorden beëindigde mijn leidinggevende ons overleg over de invulling van mijn werkervaringsplek. Terwijl ik over de gang liep vroeg ik me af waar ik nou net mee had ingestemd. Twee dagen werken, inclusief minimale vergoeding en zonder garanties voor de toekomst. Ik had er eerlijk gezegd gemengde gevoelens over. Het was niet helemaal hoe ik mijn glansrijke carrièrestart voor me had gezien. Maar goed, ik moest eerst nog mijn stage afronden en zou daarna een maand op vakantie gaan. Onder het mom van ‘wie dan leeft, wie dan zorgt’ legde ik het idee van de werkervaringsplek tijdelijk naast me neer.

Ik kan me het begin van mijn stagetijd nog goed herinneren. Na vier jaar studeren zou je denken dat je wat weet, maar niets bleek minder waar. Als stagiaire keek je iedere week mee met de intake mee vanachter een screen, zo’n CSI-achtig scherm wat aan de ene kant een spiegel is en waar je vanaf de andere kant doorheen kan kijken. De eerste intake die ik meekeek was van een jongen met depressieve klachten die aan zelfbeschadiging deed. Het was maar goed dat ik achter het screen zat, ik zat nog net niet met open mond toe te kijken. Ik vond het eigenlijk best heftig, dat zo’n jongen zat te vertellen over de momenten waarop hij het leven zo zwaar vond dat hij geen andere uitweg zag dan zichzelf te beschadigen. De betrokken psychiater concludeerde echter anders. Van dat ‘oppervlakkige gekras’ was ze niet zo heel erg onder de indruk. Een aantal weken later keek ik vanachter het veilige screen naar een meisje dat haast stoïcijns vertelde over het seksueel misbruik dat herhaaldelijk in de thuissituatie had plaatsgevonden. Ik begon me langzamerhand af te vragen in wat voor wereld ik terecht was gekomen. Het blijkt echter dat dit soort dingen wennen. Op de vraag of ik nog een interessante intake had gehad hoorde ik mezelf op een gegeven moment zeggen: ‘mwah, weer eentje met suïcidale gedachtes. Niet echt heel bijzonder’. Beroepsdeformatie noemen ze dat geloof ik.

Tijdens mijn stagetijd lag de nadruk  op diagnostiek. Ik deed in eerste instantie met name intelligentieonderzoek en ging daar later persoonlijkheidsonderzoek bij doen. Hoe verder ik kwam in mijn stage, hoe meer werkzaamheden ik kreeg. Ik voerde gesprekken met ouders over de ontwikkeling van hun kind. Leerde diplomatieke antwoorden geven op vragen over of het gedrag van hun kind normaal was. Ik kreeg een rol in adviesgesprekken, waarin ik met het zweet in mijn handen uitlegde wat we hadden onderzocht en wat daar de resultaten van waren. Soms had ik het idee dat er levensgroot boven mijn hoofd stond geschreven dat ik geen flauw idee had wat ik aan het doen was. Oefening bleek echter het sleutelwoord. Na een tijdje deed ik de onderzoeken met twee vingers in m’n neus en ieder oudergesprek ging een beetje makkelijker. Nog steeds waren er lastige momenten, maar toen een college mij toevertrouwde het ook niet altijd te weten leerde ik minder streng voor mezelf te zijn.

Zo tegen het einde van mijn stage ging ik eens rondstruinen op vacaturesites. Aan degenen die dit ook weleens doen hoef ik denk niks meer uit te leggen. Toekomstige werkgevers willen het liefst minimaal vijf jaar werkervaring, een basiscursus CGT of EMDR (maar liever allebei) en allerlei persoonskenmerken waar ik nog minstens tien jaar voor nodig heb om die te ontwikkelen. Ik hoorde mede-bijna-afgestudeerden om me heen vloeken op de afwijzingen die ze ontvingen en begon me toch ook wat zorgen te maken over mijn eigen toekomst. Toen kwam de mail of ik eens op gesprek wilde komen voor de mogelijkheid van een werkervaringsplek. In hetzelfde team als waar ik mijn stage had gelopen, maar nu met een eigen rol aan de andere kant van het screen. Met een eigen caseload. Dat betekende nieuwe werkzaamheden: in plaats van diagnostiek zou de nadruk komen te liggen op het geven van behandelingen en ouderbegeleiding.  En daarom zei ik hier ja tegen. Hoe mijn dagen er nu uit zien? Dat vertel ik je de volgende keer. Zijn er onderwerpen die jullie graag behandeld willen zien of heb je een vraag? Laat het me hieronder weten in de comments of per mail.

Hoe vond je deze blog?

Related Posts

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Like ons op facebook!

Zusterpagina van:

In het kort:

Humans of Psychology is in 2015 opgericht, voor en door psychologiestudenten, om ervaringen te delen en anderen te inspireren en te motiveren bij de reis naar het werkveld. Momenteel uit zowel studenten als afgestudeerden, binnen verschillende disciplines van psychologie. Door middel van (persoonlijke) blogs wordt een beeld geschetst over de mogelijkheden binnen het werkveld, en wordt toegewerkt naar een positief toekomstperspectief. Ook onderwerpen als profileren en netwerken komen aan bod.

Archief: