Michellec HoP

About the author : Hi, mijn naam is Michelle en ik ben psychologe en coach in mijn eigen praktijk. Ik heb affiniteit met klinische en arbeid- en gezondheidpsychologie. Maar tevens liggen mijn interesses ook in de yoga, mindfulness, positieve psychologie en cognitieve gedragstherapie. Mijn doel is mensen te motiveren en inspireren en hoop dan ook jullie mijn blogs leuk vinden. Bedankt voor het lezen van mijn blog en ik vind het fijn om te weten wat je van mijn blog vindt, dus laat vooral een reactie achter of klik op het duimpje voor een like!

De DSM-5, toevoeging of onzin?

Gezondheidspsychologie, Kind- en jeugd psychologie, Klinische psychologie, Michelle C, Neuropsychologie, Werkveld No Comment

De DSM-5 is nu al geruime tijd geleden verschenen, maar in Nederland gaan we er vanaf 1 januari 2017 nu echt gebruik van maken. Er zijn diverse meningen over de komst van het nieuwe handboek, en ook zelf heb ik mijn vingers weleens gebrand aan een discussie over het befaamde “Blauwe boekje van doktoren”. Er is veel kritiek, maar er zijn ook loftuitingen. Maar bovenal was er veel onduidelijkheid, veel nieuwe ‘vage’ dingen, kortom het leek mij eens tijd om iemand uit het vak het hemd van het lijf te vragen over het nieuwe handboek.

In deze blog geef ik meer informatie over de DSM-5, waaronder de grootste veranderingen en interview ik Dr. Aleksander Korzec, gepensioneerd psychiater en momenteel nog drie dagen als psychiater actief in het werkveld. De laatste paar jaar heeft hij ervaring op het gebied van de DSM-5 opgedaan.

De ‘Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders’ oftewel de DSM, in Nederlands vrij vertaald het Diagnostisch en Statistisch Handboek voor Psychische Stoornissen, is een handboek dat in Amerika is ontwikkeld en wereldwijd wordt gebruikt om psychische stoornissen te classificeren. Men heeft destijds de DSM ontwikkeld om verwarringen en onduidelijkheden wereldwijd te minimaliseren, zodat men stoornissen gelijkwaardig zou classificeren en interpreteren. De DSM maakte onderscheid tussen verschillende stoornissen en beschreef welke en hoeveel symptomen er nou precies aanwezig dienen te zijn om van een bepaalde stoornis te spreken. In 1952 verscheen de eerste versie van de DSM (DSM-I) en in 2013 was er dan de DSM-5, in navolging op de DSM-IV-TR uit 2000.

De vertaling van de Nederlandse DSM-5 is onder leiding van prof. dr. M.W. Hengeveld en de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) tot stand gekomen.

De DSM is een classificatietool en doet voornamelijk uitspraken over functioneren en belemmeringen waar men tegenaan loopt (op persoonlijk, sociaal, relationeel en werkgerelateerd vlak). In tegenstelling tot de DSM-IV hanteert de DSM-5 geen assenstelsel meer en wordt er een cijfer 5 gebruikt, in tegenstelling tot de Romaanse becijfering, allemaal om de vernieuwing aan te geven. De nieuwe systematiek wil duidelijk worden weergegeven met het hanteren van een cijfer. En laat het nou wezen dat het nieuwe handboek ook daadwerkelijk veel vernieuwingen betreft.

Dr. Korzex, wat zijn volgens u de grootste belangrijkste veranderingen in de DSM-5, in relatie met de vorige DSM’s?

“Het belangrijkste is dat er geen 5 assen meer zijn. In de DSM-IV had je AS I: Stoornissen, AS II: Persoonlijkheid, AS III: Organische zaken, AS IV: Psychosociale problemen, AS V: GAF-score van algehele niveau van klachten en functioneren. De DSM-5 heeft geen assen, je schrijft gewoon op wat iemand heeft, onder elkaar, wat een helder beeld geeft over het algehele functioneren en de belemmeringen. Daarnaast zijn er een aantal zaken grondig vernieuwd. Persoonlijk vind ik de belangrijkste verandering dat de grote hoeveelheid stoornissen geminimaliseerd is. De somatoforme stoornissen zijn beter geordend zijn en de somatische symptoomstoornis is hiervoor in de plaats gekomen. Ook het hoofdstuk over aanpassingsstoornissen, waar veel over te doen was, is duidelijk en gefatsoeneerd.”

Waarom is DSM-5 beter dan DSM-IV?

“Het is makkelijker te coderen, duidelijker. Een aantal diagnoses waar vroeger iedereen aan kon voldoen is eruit gehaald. Vooralsnog zijn er nog steeds te veel diagnoses, maar het functioneren en de criteria zijn iets beter omschrijven. Het is nu lastiger om te voldoen aan alle criteria van een bepaalde stoornis. Het is namelijk niet nodig dat iedereen zomaar te classificeren is met een bepaalde stoornis. De veelheid van criteria is geminimaliseerd en om te voldoen aan een stoornis is nu moeilijker. Het probleem van te veel diagnoses bestaat nog steeds, bijvoorbeeld bij ADHD, maar het is wel al geminimaliseerd.”

Wat zijn grote veranderingen op het gebied van stoornissen in de verslaving?

“Er zijn een heleboel verslavingen die niet in de DSM worden benoemd. Stoornissen in het middelengebruik wordt nu gehanteerd, in tegenstelling tot criteria voor afhankelijkheid en misbruik in de DSM-IV. Nu voldoe je aan de criteria voor ‘verslavingen en stoornissen door het gebruik van middelen’, te ja of te nee. De gokverslaving is toegevoegd aan de DSM-5, maar er blijven nog steeds onduidelijkheden bestaan omtrent verslavingen.”

Wie beslist er over de inhoud?

“Er zijn door de jaren heen verschillende commissies voor aparte categorieën en stoornissen, bijvoorbeeld voor depressie of angststoornissen, gevuld en geëvalueerd. De commissies hebben een knoop doorgehakt over de inhoud, over de persoonlijkheidsstoornissen is geen duidelijkheid, hier kwamen ze niet uit en hebben ze voor zich uit geschoven. De commissies worden, afhankelijk van het onderwerp, gevuld door verschillende personen, psychiaters, klinisch psychologen of personen die van de culturele achtergrond van een specifieke stoornis veel af weten. Voor sommige stoornissen is de cultuur afhankelijk voor de verschijningsvorm.”

Wat is het verschil in gebruik voor psychologen of psychiaters?

“Het maakt in principe niet uit. Het enige is dat een psychiater een dokter is en een psycholoog niet.”

Wat ga je merken op de werkvloer?

“Afhankelijk waar je werkt ga je verschil merken. In de verslavingszorg is het iets duidelijker om te coderen. In het keuringswerkveld (bijvoorbeeld UWV, verzekeringsartsen) is een heleboel verdwenen, zoals de diagnose pijnstoornis. Mensen met onverklaarbare lichamelijke klachten kunnen niet meer als zodanig gediagnosticeerd worden. Dit is een goede stap in de juiste richting want een heleboel wordt gefilterd voor patiënten, bijvoorbeeld qua ‘soap-patiënten’, maar een enkele keer is het jammer dat de stoornis niet meer bestaat.”

Er is veel kritiek geleverd, alweer veranderingen vinden velen, begrijp je dat er zoveel onvrede over was?

“Het is groot schandaal dat het zo lang geduurd heeft dat het werd ingevoerd. Het is maatschappelijk en wetenschappelijk een grote stap vooruit, het is niet te begrijpen waarom de psychiaters het goed hebben gevonden dat het vanaf 2013 tot 2017 heeft geduurd voordat het nu gebruikt gaat worden. Het is puur bureaucratisch dat het zo lang duurt, begrijpelijk dat er veel kritiek wordt geleverd.”

Is het prettig om met de DSM te werken als diagnostisch of classificatiemiddel?

“De DSM is geen diagnostisch middel maar een classificatiemiddel. Je zegt niet dat iemand dit en dat heeft, maar je geeft richting aan, het is een soort taal om snel tussen professionals te communiceren en richting te geven. Het geeft weinig aan voor een behandeling of hoe te behandelen. De ene persoon met een depressie is niet hetzelfde als de ander”.

Gebruik je het om een diagnose te stellen in de behandeling?

“Nee, het is natuurlijk iets voor de zorgverzekeraars. Zo van, dit kunnen we bij die en die persoon verwachten met alle gevolgen van dien. Je begint een behandeling en stelt een diagnose op, maar uit de DSM komt geen data over hoe je moet behandelen.”

Heeft een diagnose vanuit de DSM dan wel nut voor een patiënt of cliënt?

“Zeker wel, dat psychiaters niet langs elkaar heen praten. En na de diagnose moet je gegevens verzamelen hoe je een bepaalde patiënt met bijvoorbeeld een depressie moet behandelen. Voor stoornissen bestaan protocollen met richtlijnen, maar elke patiënt is anders en vergt een andere aanpak.”

Het heeft vier jaar geduurd voordat we het gaan implementeren, zijn alle kinderziektes al in beeld?

“Nee, er zullen altijd kinderziektes zijn. Persoonlijk vind ik het feit dat er over de persoonlijkheidsstoornissen nog onduidelijkheid is, het grootste gemis. Het is verder een goeie vooruitgang.”

Zou er over een paar jaar al een DSM-6 mogen komen?

“Nou, voorlopig niet. Verzekeringstechnisch heeft het invloed op hoe vergoedingen binnen de ggz qua behandelingen verloopt. Daarnaast is het een instrument om wetenschappelijk onderzoek te doen, als de DSM om de haverklap wordt veranderd dan kun je geen correct onderzoek doen.”

Denk je dat het gros van de mensen beter gediagnosticeerd zal worden met de DSM-5?

“Hmm, beetje beter.”

Nog laatste belangrijke opmerkingen?

“Nou los van de DSM-5, je moet altijd goed onderscheid maken tussen klachten en symptomen. Een klacht is geen symptoom. Een klacht bijvoorbeeld is hoofdpijn, een symptoom is iets wat je kunt objectiveren door twee verschillende mensen. Bijvoorbeeld pijngedrag is een symptoom en de klacht is pijn. Subjectieve pijn is bijvoorbeeld ook een klacht.”

Er is veel veranderd van de DSM-I tot de DSM-5. Daarnaast is er eveneens veel over gesproken en hebben er tal van professionals er het hoofd over gebogen. De meningen over het gebruik zijn verdeeld en veelal komt naar voren dat het een classificatiemiddel tussen professionals is, maar dat het met name wordt ingezet om vergoedingen via de zorgverzekeraar te verkrijgen. Via ggztotaal.nl kwam ik bij de volgende belangrijkste verschillen:

  1. Het assenstelsel waarlangs de verschillende diagnoses in DSM-IV werden gerubriceerd, is verdwenen.
  2. De DSM-5 kent drie secties. Sectie 1 geeft uitleg over de gebruikte indeling. Sectie 2 omvat twintig hoofdcategorieën met diagnoses, zoals ‘ Schizofreniespectrum en andere psychotische stoornissen’, ‘Bipolaire en gerelateerde stoornissen’ en ‘Depressieve stoornissen’, et cetera. De derde sectie bevat classificaties die (nog) niet zijn opgenomen in sectie 2, zoals internet gaming disorder en non suicidal self-injury. De samenstellers vinden dat meer onderzoek nodig is, voordat deze zijn te kwalificeren als aparte diagnoses.
  3. Bij elke diagnose moet worden nagegaan welke ‘instandhoudende factoren’ aanwezig zijn:
    • is de patiënt syntoon of dystoon, dat wil zeggen heeft hij ziekte-inzicht en motivatie?
    • is er sprake van comorbiditeit en suïcidaliteit?
    • wat is de invloed van leeftijd, geslacht en cultuur?
    • hoe hoog is de lijdensdruk, te scoren op een schaal 0-3 volgens de ‘severity index of impairment’?
  4. DSM-5 kent geen not otherwise specified (NOS)-diagnoses meer: PDD-NOS verdwijnt dus.
  5. Er zijn zogenaamde risico-syndromen toegevoegd aan de DSM-5

Uit bovenstaande blijken de belangrijkste verschillen. Wat met name opvalt, en wat Dr. Korzec ook aangeeft, is dat er flink is gefilterd, men valt niet meer met bepaalde symptomen onder NAO (niet anderszins omschreven) en bijvoorbeeld een pijnstoornis is ook verdwenen. Een vooruitgang in mijn ogen. En ook al zijn er een aantal nieuwe diagnoses bijgekomen, veel is verdwenen en tot categorieën samengevoegd. Dus ook al lijkt het alsof de DSM-5 veel meer bevat, dit is in essentie niet zo. Grote positieve veranderingen zijn er gemaakt op het gebied van de verslavingen, de autismespectrumstoornissen, de communicatieve en de motorische stoornissen.

Al met al is er veel veranderd en vernieuwd, en zullen we het pas echt gaan merken vanaf januari 2017 wat de impact van de DSM-5 is. Wil je nou nog meer weten hierover, bekijk dan het factsheet van de DSM-5 van dsm-5-nl.org en download dit hier!

Bronnen:
www.ggztotaal.nl
www.dsm-5-nl.org
Dr. A. Korzec

Hoe vond je deze blog?

Related Posts

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Like ons op facebook!

Zusterpagina van:

In het kort:

Humans of Psychology is in 2015 opgericht, voor en door psychologiestudenten, om ervaringen te delen en anderen te inspireren en te motiveren bij de reis naar het werkveld. Momenteel uit zowel studenten als afgestudeerden, binnen verschillende disciplines van psychologie. Door middel van (persoonlijke) blogs wordt een beeld geschetst over de mogelijkheden binnen het werkveld, en wordt toegewerkt naar een positief toekomstperspectief. Ook onderwerpen als profileren en netwerken komen aan bod.

Archief: